Twijfel in hout en hart – over een essenboog met bruine plekken

Ik sta met een stuk essenhout in mijn handen waar ik een boog van maak. Prachtig recht stuk hout. Er zit veel werk in. En dan zie ik het: bruine verkleuringen. Zure geur.

Doorgaan – of stoppen voordat het breekt?

Ik heb een maand terug een essen boomstam van een boer gekocht, in acht stukken gespleten en er boogstaven van gemaakt. Nou zitten er bruine verkleuringen hier en daar in het hout en die stukken ruiken wat zurig. Als die zo breekt was het allemaal voor niets.. Bij twijfel niet doen zegt een meester boogbouwer die ik om advies vraag. Heel goed advies waarschijnlijk. Volgend stuk pakken.


Maar ik kan het niet los laten. Ik wil het uitproberen. Wat rondvragen en er komen verschillende diagnoses. Mogelijk essentaksterfte. Of insectenvraat waardoor de boom delen afsluit en vezels verzwakken, dus.. niet doen.
Iemand anders zegt weer ‘No one ever made discoveries by playing it safe. Try it and see what happens.’

Werken met natuur is een tweesnijdend zwaard. Het is prachtig en puur materiaal, maar ook onvoorspelbaar en soms pijnlijk eerlijk. Glasvezel of carbon, tja, veel betrouwbaarder, maar net zo leuk?

Ondertussen ga ik door met het stuk. En terwijl ik laagje voor laagje aan het afschrapen ben tot een mooie boog besef ik me opeens de parallel met de verhouding tot iemand die me dierbaar is. Iemand met wie ik eerder een relatie heb gehad en die opeens weer aanklopt. 

Ook hier zijn er wat ‘rode vlaggetjes’ die in me omhoog gaan. Net als in het hout zitten er ook hier plekken die ooit zijn beschadigd. Niet altijd zichtbaar aan de buitenkant, maar bepalend zodra er spanning op komt.

En iets in me heeft het nooit helemaal losgelaten. Er is altijd nog wel een aantrekking, sprankje verlangen, of ‘wat als?’ gedachten. Maar dan ook telkens ‘je weet nu inmiddels wel waar het toe leidt’. Heb ik het los te laten of uit te zoeken? Is er een hele andere verhouding mogelijk, vriendschap? 

De boog is nu bijna af en ondanks de spanning die het gaf, wetende dat die zometeen mogelijk breekt, was het ook fijn om ermee te zijn en maar gewoon te blijven schaven. Als het zometeen breekt, heb ik een dure maar leerzame les geleerd. Die kans is best groot. 

En het hout blijf ik prachtig vinden. Een boog maken heeft twee voorname uitdagingen. De ‘rug’ van de boog, ofwel de kant die van je afgedraaid is, moet uit één jaarring bestaan. Zo splijt de boog niet kapot wanneer er spanning op komt door te buigen. Eén vezelbreuk op de rug kan genoeg zijn om de boog bij volle trekkracht te laten exploderen.  Vervolgens ga je aan de ‘buik’ kant hout wegschrapen tot de hele boog gelijkmatig buigt. Zitten er zwakke plekken in, dan trekt daar de meeste spanning naartoe en breekt de boog vroeg of laat precies op die plek.


Het is dus een geduldig werkje. En het is iedere keer weer een verrassing wat je te zien krijgt aan tekeningen in het hout, vormen, geur, textuur. En ik verwonder me ook iedere keer weer hoe goed het me doet bezig te zijn met die bogen. Dat is iets waar ik me verder in wil verdiepen, het heilzame effect van met je handen bezig zijn, iets moois creëren en ondertussen wat mijmeren. Iets wat de mensheid de afgelopen 200.000 jaar dagelijks deed, want alles wat we gebruikten maakten we met onze eigen handen.

Misschien is dat het werk dus: niet forceren, niet vermijden, maar de spanning langzaam opbouwen en zien wat houdt.

Waar zit bij jou de spanning in je leven?

Tot slot een boodschap van Rilke, waar ik nu mee leef.

Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart en probeer de vragen zélf lief te hebben, als kamers die gesloten zijn, en als boeken die in een volslagen vreemde taal zijn geschreven. Zoek nu niet naar de antwoorden die je niet gegeven kunnen worden, omdat je ze niet zou kunnen leven. En het gaat er juist om alles te leven. Leef nu de vragen. Misschien zul je dan gaandeweg, zonder het te merken, op een dag in het antwoord zelf belanden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *